Nordic Curator
Journaal · 10 min. leestijd ·

Langlaufen in Noorwegen: van loipe naar huttentocht

Twee langlaufers steken een open berghoogvlakte over op de Peer Gynt-loipe
Foto: Tone B Haugerud

Half negen op het plateau

Je stapt naar buiten en het spoor begint bij de deur. Dat is het eerste wat een Nederlandse langlaufer opvalt in Noorwegen: er is geen kassa, geen lift en geen centrum waar je naartoe rijdt. De loipe vertrekt bij het hotel, de loipemachine is er al overheen geweest, en de bordjes bij de eerste splitsing geven kilometers naar het volgende dal. Noorwegen onderhoudt in de winter ongeveer 10.000 kilometer van zulke sporen, door gemeenten, lokale verenigingen en de DNT, de Noorse wandelvereniging die ook de berghutten beheert.

Langlaufen is hier geen sport voor een vakantieweek, maar een gewoonte die bij de winter hoort, zoals fietsen bij Nederland. Dat zie je aan het publiek op de loipe: gezinnen met een pulka achter de ski's, gepensioneerden die rustig een rondje van twintig kilometer maken, en in maart de deelnemers die trainen voor de Birkebeinerløpet, de massawedstrijd van 54 kilometer van Rena naar Lillehammer. Voor jou als bezoeker betekent het vooral dat de infrastructuur er al ligt. Je hoeft niets te zoeken; je moet alleen kiezen hoe ver je per dag wilt komen.

Vijf winterweken naast elkaar

Ons winterprogramma bestaat uit vijf individuele weken in Midden-Noorwegen, allemaal in het gebied tussen het Gudbrandsdalen, Rondane en Jotunheimen. Ze verschillen in afstand, in het soort overnachting en in hoeveel ervaring je moet meebrengen.

De tabel leest van boven naar beneden als een trap. Bovenaan staat een week waarvoor je nooit op smalle ski's hoeft te hebben gestaan, onderaan een doorsteek die naar Noorse maatstaven een serieuze wintertocht is. Bij alle vijf wordt je bagage vervoerd, met uitzondering van de dagen rond de DNT-hut op beide Trolløypa-varianten, en bij alle vijf is de treinreis vanaf de luchthaven van Oslo geregeld.

Vijf winterweken naast elkaar
WeekDuurLanglaufenOvernachtingErvaring
Rondane op ski of sneeuwschoenen7 dagendrie etappes, geen langer dan 10 kmdrie fjellstuer, twee nachten per huisgeen langlaufervaring nodig
Peer-Gynt-loipe8 dagenongeveer 60 km op drie transferdagenvier berghotelsbasistechniek op de loipe
Jotunheimenløypa8 dagenongeveer 55 km, waarvan twee transferdagentwee fjellstuer en een hutbasistechniek op de loipe
Zuidelijke Trolløypa7 dagenongeveer 100 km op vier etappesberghotels plus een DNT-hutervaring met meerdaagse tochten
Trolløypa9 dagenongeveer 160 km op zes etappesberghotels plus een DNT-hutervaren langlaufer met routevinding

Zonder ervaring: Rondane op ski of sneeuwschoenen

Voor wie nog nooit heeft gelanglauft, is er één week die werkt: de Rondane-winterweek. Je slaapt twee nachten in Høvringen Fjellstue, twee op Putten Seter en twee op Smuksjøseter, aan de westrand van Nationaal Park Rondane. Drie dagen ga je van huis naar huis, en geen van die etappes is langer dan 10 kilometer. De andere dagen blijf je op je plek en kies je zelf hoeveel je doet.

Wat deze week bijzonder maakt, is dat elke etappe ook op sneeuwschoenen te lopen is. Rond Høvringen ligt meer dan 150 kilometer geprepareerde loipe, en naast de loipe loopt een sneeuwschoenspoor. Een stel waarvan de een langlauft en de ander liever loopt, reist hier samen zonder dat iemand moet wachten. Er zijn geen vaste vertrekdata: je geeft je week op en de organisator bevestigt die. Het seizoen loopt van februari tot april, langer dan bij de andere vier weken.

Het is ook de week die we aanraden als proef. Ben je na drie dagen op de loipe enthousiast, dan weet je wat je het jaar erna wilt. Merk je dat sneeuwschoenen beter bij je passen, dan heb je niets verloren.

Hotel naar hotel: de Peer-Gynt-loipe en de Jotunheimenløypa

De tweede trede is een tocht waarbij je elke paar dagen van standplaats wisselt, over sporen die de hele route geprepareerd zijn. Je hebt basistechniek nodig: je moet op een gespoorde loipe zelfstandig kunnen klimmen, afdalen en remmen. Een meerdaagse tocht hoef je nog niet gemaakt te hebben.

De Peer-Gynt-week loopt over de plateaus aan de westkant van het Gudbrandsdalen, van Dalseter in Espedalen via Fefor en Gålå naar Skeikampen. Het landschap is dat van Peer Gynt, het versdrama dat Henrik Ibsen in 1867 schreef. De drie transferdagen zijn 18, 13 en 28 kilometer, op hoogten tussen ongeveer 700 en 1.500 meter, met tussen elke transfer een vrije dag. Wie sterker is, kan op de eerste transferdag over de top Ruten (1.517 m) gaan; dat maakt er 22 kilometer van, op een deels ongeprepareerd stuk. Alleen al rond Espedalen ligt 220 kilometer loipe.

De Jotunheimenløypa ligt een dal verder naar het westen en voelt anders. Je volgt het Sjodalen van Lemonsjøen richting Gjende, aan de oostrand van Jotunheimen, en slaapt in twee familiaal gerunde fjellstuer en twee nachten in een hut. De transferdagen meten 19,5 en 24 kilometer, en een dagtocht van 12 kilometer heen en terug naar Gjendesheim is de moeite waard. Het dal geeft meer beschutting dan het open plateau, en met wat geluk zie je rendieren of elanden bij de loipe.

Het verschil in één zin: de Peer-Gynt-loipe is open plateau met hotelcomfort, de Jotunheimenløypa is een dal met kleinere, persoonlijke adressen.

De huttentocht: de Trolløypa

Een huttentocht in de Noorse zin betekent dat je van verblijf naar verblijf gaat, meestal over het open fjell, en dat minstens één nacht in een eenvoudige hut valt. De Trolløypa is daarvan het bekendste voorbeeld. De route begint in Høvringen aan de westrand van Rondane en eindigt in Lillehammer aan het Mjøsa-meer, ongeveer 160 kilometer over zes etappes van 18 tot 35 kilometer.

Dit is geen week voor wie net kan langlaufen. Een deel van de route is niet elke dag geprepareerd, op het open plateau kan het zicht wegvallen, en op twee dagen draag je een deel van je bagage zelf naar de DNT-hut. Daar slaap je eenvoudig, in stapelbedden. Voor ons is precies die nacht de kern van de tocht. Per vertrek gaan er vier tot twaalf langlaufers mee.

Wie de tijd of de ervaring niet heeft voor de volle negen dagen, kan de zuidelijke Trolløypa nemen. Die begint op het Venabygdsfjellet en dekt in vier etappes ongeveer 100 kilometer, met een nacht in de DNT-hut Vetåbua. De laatste dag volgt delen van de Birkebeinerløypa naar Lillehammer. Op deze reis is geen skihuur mogelijk; je neemt je eigen ski's mee.

Wanneer je gaat: februari, maart en de krokusvakantie

Het seizoen voor alle tochten behalve Rondane loopt van half februari tot half maart. Dan ligt er betrouwbaar sneeuw op de sporen, worden de dagen snel langer en is de winter nog stabiel. In januari is het daglicht kort en de kou scherper; later in het voorjaar wordt de sneeuw op lagere stukken minder zeker.

De drukste week is de Noorse wintervakantie eind februari. Dan zitten de berghotels vol met Noorse gezinnen, en die week is als eerste volgeboekt. De Nederlandse krokusvakantie valt in februari en kan met die week samenvallen, dus wie in de krokusvakantie wil gaan, boekt het best ruim van tevoren. Meer over hoe de schoolvakanties op het Noorse jaar vallen, lees je in onze maand-voor-maandgids.

Maart is wat ons betreft de mooiste maand. De dagen zijn lang genoeg om zonder haast een etappe af te maken, de zon staat hoger, en de drukte van de Noorse vakantieweek is voorbij.

Techniek, ski's en wat je meeneemt

Alle tochten in ons programma zijn klassiek langlaufen: twee parallelle sporen, de beweging die je kent van de loipes in Oostenrijk of de Alpen. Skating, de schaatsbeweging op een brede gladde baan, kan op veel loipes ook, maar is niet de bedoeling op een meerdaagse tocht met een dagrugzak.

Over ski's: op de meeste reizen kun je huren, op de zuidelijke Trolløypa niet. Heb je eigen langlaufski's, neem die mee als je er goed op staat; een bekend paar ski's scheelt op de lange dagen meer dan een beter paar. Neem in elk geval lagen mee in plaats van één dikke jas, een windjack, een reservemuts en handschoenen, een thermosfles en een kaart of offline route op je telefoon. Op het open fjell kan het weer binnen een uur omslaan, ook op een dag die zonnig begint.

Een praktisch punt dat Nederlanders vaak onderschatten: de afstanden lijken kort, maar 25 kilometer op ski's met klimmetjes kost een volle dag. Wie in Oostenrijk dagelijks tien kilometer op een vlakke loipe heeft gedaan, zit goed op de Rondane-week of de Jotunheimenløypa. Voor de Trolløypa wil je eerder een paar meerdaagse tochten achter de rug hebben.

En Geilo?

Geilo is voor veel Nederlanders het eerste wat ze zien als ze zoeken op langlaufen in Noorwegen. Het skidorp ligt aan de Bergensbanen tussen Oslo en Bergen en heeft een groot loipenet rond het dorp. Het is een goede keuze voor een standplaatsweek: één hotel, elke dag een andere ronde, en 's avonds terug naar dezelfde kamer.

In ons programma staat geen week in Geilo. Ons programma gaat over tochten waarbij je onderweg bent, en dat is een andere reis. Wil je vooral techniek opbouwen op één plek, dan is een standplaats zoals Geilo prima. Wil je het gevoel dat je ergens naartoe gaat, kijk dan naar de weken hierboven.

FAQ

Veelgestelde vragen

Kan ik langlaufen in Noorwegen als ik het nooit eerder heb gedaan?

Wat is het verschil tussen een huttentocht en een tocht van hotel naar hotel?

Hoeveel kilometer leg je per dag af op een Noorse langlaufweek?

Moet ik lid zijn van de DNT voor een nacht in een DNT-hut?

Waar vind ik alle langlaufweken op een rij?