Een vidda is een uitgestrekte, boomloze hoogvlakte tussen 800 en 1.400 m hoogte - in de Noorse landschapstypologie een eigen categorie tussen bos en hooggebergte. De Hardangervidda is met ongeveer 8.000 km² de grootste aaneengesloten hoogvlakte van Europa. Andere bekende vidder zijn het Dovrefjell, de Ringebufjellet in de Trolløypa-corridor en het Venabygdsfjellet.
Voor wandelaars en skiers is de vidda een eigen natuurtype: weidse zichten, vaak geen boom als orientatiepunt, weer dat snel omslaat. In de winter is de vidda het rijk van het langlaufen op geprepareerde loipe; in de zomer het rijk van de wandeling van hut tot hut. De fjellvettreglene werden oorspronkelijk voor precies dit terrein ontwikkeld - open, blootgesteld, gevoelig voor snelle weersomslag.